We zaten met z’n driexebn in de tuin.
Dit is niet iets van vroeger, dit was deze week, Het is nog steeds zomer en ook nu heus mogelijk om in de tuin te zitten.
We waren alledrie moe. Want dat heb je dan weer wel met dit weer: je wordt er moe van.
Als ik ‘s ochtends naar buiten kijk en moet bedenken wat voor kleren je daarbij aantrekt zakt me de moed al in de spreekwoordelijke schoenen.
Blik in de lucht, klein stukje blauw, dan kan het nog goed komen.
Blik naar de grond, plassen water, maar nooit zeker weten of alles gevallen is.
We zaten in de tuin. Trui aan, benen van de vloer. Rosxe9 smaakt ook minder onder de 20 graden maar kan best. ‘Zeg’, zei ik tegen H., ” wanneer was jij voor het laatst verliefd?’
‘Wat is dat nou weer voor vraag zeg.’
‘Nou, gewoon een vraag waar ik een leuk antwoord op wil.’
‘Ja jee’, zei H. ‘Hmm’, zei H. ‘Sjongejonge’, zei H. ‘Zo vaak’, zei H.
‘Maar dat heeft dan niks te betekenen’, zei H. ook. ‘Hoor’, zei H.
‘Daar gaat het ook niet om’, zei ik. ‘Ik ben alleen maar gexefnteresseerd in of en hoe dat dan is‘.
Dus daar hadden we het een tijdje over.
‘Maar dat hebben vrouwen toch ook?’, zei H.
‘Neeee! Anders!’, zeiden W. en ik in koor. Dat klonk daardoor alleen al heel aannemelijk.
Dus daar hadden we het een tijdje over.
Tot we er zo moe van waren dat we gingen slapen.
Maar stukje bij beetje kwam ik steeds dichter bij het dwarszittende verhaal.
‘Ik ga mijn zinnen verzetten’, dacht ik cryptisch. Letterlijk.
Dan verschijnt dat verhaal vanzelf een keer op het scherm.
[Waarover morgen meer][ Of op z'n minst weer een poging tot iets.]