peet is naar www.toblijn.nl

Het viel me op dat je sinds de verhuizing van Web-log.nl niet actief meer met je
toblijn.web-log bezig bent, terwijl je een tijd geleden nog volop blogde.

Ik kan me met de zomermaanden en de vakantie voor de deur bijna niet voorstellen dat je niets meer te vertellen hebt op je weblog ;) en vraag me dus af waarom we je niet meer online zien. Ben je druk, heb je een writers block of vind je het moeilijk?

Laten we het er maar op houden dat ik het er vooralsnog moeilijk mee heb.

Hmmm.

Post

Ik ben [nog steeds] verhuisd naar http://www.toblijn.nl hoor;
ik kwam alleen de post even halen zeg maar…

[kunt u het hier nog een beetje vinden?]

Peet verzet haar zinnen

En veel sneller dan verwacht!Pas uw bookmarks, links en route aan:

http://www.toblijn.nl

Ik ben verhuisd!

[Of op z'n minst weer een poging tot iets]

We zaten met z’n driexebn in de tuin.
Dit is niet iets van vroeger, dit was deze week, Het is nog steeds zomer en ook nu heus mogelijk om in de tuin te zitten.
We waren alledrie moe. Want dat heb je dan weer wel met dit weer: je wordt er moe van.
Als ik ‘s ochtends naar buiten kijk en moet bedenken wat voor kleren je daarbij aantrekt zakt me de moed al in de spreekwoordelijke schoenen.
Blik in de lucht, klein stukje blauw, dan kan het nog goed komen.
Blik naar de grond, plassen water, maar nooit zeker weten of alles gevallen is.

We zaten in de tuin. Trui aan, benen van de vloer. Rosxe9 smaakt ook minder onder de 20 graden maar kan best. ‘Zeg’, zei ik tegen H., ” wanneer was jij voor het laatst verliefd?’
‘Wat is dat nou weer voor vraag zeg.’
‘Nou, gewoon een vraag waar ik een leuk antwoord op wil.’
‘Ja jee’, zei H. ‘Hmm’, zei H. ‘Sjongejonge’, zei H. ‘Zo vaak’, zei H.
‘Maar dat heeft dan niks te betekenen’, zei H. ook. ‘Hoor’, zei H.
‘Daar gaat het ook niet om’, zei ik. ‘Ik ben alleen maar gexefnteresseerd in of en hoe dat dan is‘.

Dus daar hadden we het een tijdje over.
‘Maar dat hebben vrouwen toch ook?’, zei H.
‘Neeee! Anders!’, zeiden W. en ik in koor. Dat klonk daardoor alleen al heel aannemelijk.
Dus daar hadden we het een tijdje over.

Tot we er zo moe van waren dat we gingen slapen.

Maar stukje bij beetje kwam ik steeds dichter bij het dwarszittende verhaal.
‘Ik ga mijn zinnen verzetten’, dacht ik cryptisch. Letterlijk.
Dan verschijnt dat verhaal vanzelf een keer op het scherm.

[Waarover morgen meer][ Of op z'n minst weer een poging tot iets.]

[Nee 2]

Hxe9, hallo!
Kijk mij eens het gras zien groeien
En iedereen maar denken da’k niks doe

[Beatles en de buren]

Nee

[Vandaag weer niet. Stom zeg.]

Ongeschreven afgeschreven

Er zit me een verhaaltje dwars. Dat gebeurt wel eens als je het leuk vindt om op te schrijven.
Maar zo dwars als dit verhaal kan ik het even niet.
Niet de goede woorden. Of gewoon de verkeerde. Typerdetyp en er staat iets dat nog voor je het herlezen hebt meedogenloos wordt gewist.
En ik heb me er bij neergelegd. Vooralsnog.
[Haha: Peet en zich ergens bij neerleggen. Contradictio in Terminis.]
Maar ja. Daardoor schreef ik ook niet over iets anders.
Ook niet over dingen die wel leuk waren. Kijk zelfs dat klopt al weer niet.
Ook niet over andere dingen.
Bijvoorbeeld net iets meer bij de foto van 31 juli.
Niets over hoe we op pad gingen en strandden.
Dat maakte me namelijk niet eens zoveel uit, want dat was al weer een belevenis op zich.
Wel eens in de berm gestaan in de buurt van een praatpaal? Moet je doen, is grappig. En let dan vooral op hoe vrachtwagenchauffeurs hun sticker ‘de mijne is 20 meter lang’ met getoeter kracht bij zetten. Je zou op slag je vertrouwen in de manheid verliezen en dat was nou precies ons meest smakelijke gespreksonderwerp.
Ondertussen lag ik op mijn rug en maakte foto’s van de lucht terwijl ik me afvroeg wanneer een wolk nou wel of niet gaat regenen.

Was het trouwens niet Cees Nooteboom die de reis tot doel verhief?

Vandaag dwaalden mijn gedachten weer veelvuldig af naar haar.
Ze wist precies hoe ze was weggegleden. ‘Ik ga hier weg! Ik ga hier weg!’ had ze gezegd, zo vertelde ze.
Maar ze vertelde het en dat leek me ook maar weer aardig te bewijzen dat de reis het doel is.
Dood moest nog maar een tijdje wachten.

Een leuke reis moest het worden. Bijvoorbeeld net zo aantrekkelijk, opwindend, geil, lief en meeslepend als het standmanbeeld dat we in de berm tussen Zwolle en Apeldoorn bij elkaar bedachten.
Daar ging dat dwarsliggende verhaaltje trouwens ook over.
Sjonge.
Ongeschreven afgeschreven, leg je daar maar eens bij neer.

[Morgen weer een poging, wat dacht je wat!]

[Onbekende rug]

[op werkbezoek bij C.]

Zijden draadje

Gisterochtend stond ze bij de lift naar de 4e verdieping. De datum waar ze 9 maanden mee geleefd had was verstreken en ze was het zat. Zonder dat je een wandelende hormonenbom bent kun je daar luchthartig over doen, een weekje meer of minder, what the heck!
Een zwangere vrouw wil op dat moment het kind, niet goedschiks dan maar kwaadschiks.
En dat kwam ze regelen.

Vanochtend informeerde ik bij haar vervangster of dat woeste plan al was doorgevoerd.

‘Ja!’, zei ze ‘toch een natuurlijke bevalling en een gezond jongetje!’ Toen was ze even stil.
‘Wat is er?’, vroeg ik.
Een niet te stelpen bloeding na de bevalling vannacht.
Ze was twee keer geopereerd en lag nu op de Intensive Care.
Net was het bericht gekomen dat ze bij begon te komen, stabiel was en van de beademing af.

Op slag versteende ik en kreeg het ijzig koud.
Dat was het derde geval in een maand tijd, drie weken geleden overleed een moeder zo na haar vierde bevalling.

Een ziekenhuis is dan wel geen rexeble afspiegeling van gemiddelde gezondheid maar dit is geen medische uitwas, dit is toeval. Kan altijd gebeuren en hier wil je nooit aan denken maar het kwam nu ineens heel dichtbij.
‘Hou me op de hoogte’, bracht ik nog net uit voor ik vier trappen afrende en op mijn steen ging zitten.
Ik had blij kunnen zijn vanwege deze goede afloop, maar de schrik om hoe het bijna mis was gegaan trilde nog veel te hevig na.

‘Welkom Joris…Welkom terug Heleen…’, zo dacht ik en rookte een sigaret.

En toen huilde ik ineens.

Heel lang.
En heel hard.

‘Kedeng-kedeng’

Gisteren kreeg ik bijna een auto in mijn flank. Het ging maar net goed en dat was maar beter ook want mijn flanken kunnen daar waarschijnlijk niet zo goed tegen.
Ik zat in de bus, notabene, dit vanwege de tegenwoordigheid van geest dat het zaterdagmiddag was en ik haast had.
Vaak ben ik sneller per auto maar niet als ik ook nog moet parkeren en hiervoor anderhalf uur rondjes rijd.
De bus deed dezelfde route als ik zelfstandig afleg.
Helemaal niet moeilijk. Overal en altijd heeft het verkeer van rechts voorrang. Ik kan dat goed onthouden en ik zou niet weten waarom zo’n buschauffeuse dat niet zou kunnen. Haar hele IQ is afgestemd op rondjes rijden en verkeer van rechts dat voorrang heeft. Staat er iemand bij een bushalte -die duidelijk als zodanig herkenbaar is- dan moet je als busbestuurder stoppen en wil er iemand mee. Het rode stoplichtje in de bus is vervangen door een moderner exemplaar in rood oplichtende letters S-T-O-P. Dat betekent dan dat er bij de eerstvolgende bushalte iemand uit wil.
Kind kan de was doen. [Nee, mijn kinderen hoeven de was niet te doen. Peet kan zelf ook heul goed de was doen.]

Ik zag die auto aankomen en zag in een flits dat er een vrouw achter het stuur zat.
Dat was mijn geluk: vrouwen wantrouwen vrouwelijke buschauffeurs, mannen rijden door om het er nog eens extra in te wrijven. Heb je alleen maar oponthoud van.
‘Oh shiiiiiiit’, stootte mijn chauffeuse uit.
Daar konden wij passagiers het mee doen. Poep.

Lang leve het openbaar vervoer.
Eerder deze week ging ik per spoor naar Nijmegen. Ook niet mijn gewoonte maar in tijden van de 4daagse niet zo’n heel slechte oplossing.
In het begin reed de stoptrein niet. Het goede nieuws dat ik voor de sneltrein had gekozen die wxe9l reed werd overschaduwd door het slechte nieuws dat mijn sneltrein vervolgens dan maar de stoptrein werd.
Aansluitingen bestonden op slag niet meer en bussen reden ook niet hoe het moest.
Stukje lopen is niet erg al was mijn tas best zwaar en mijn hakken te hoog.
Ondertussen houd je jezelf dan voor dat ‘de reis’ ook een doel is maar ja: mijn goede voornemen van deze maand was dat ik mezelf best voor de gek mag houden doch niet tot in het oneindige.
Niet dat Nijmegen nou zo groot is maar soms is overdrijven best fijn.

Nijmegen was ook fijn.
De terugreis beroerder. Al in een bushokje te N. waar ook maar geen bus kwam, hoorde ik van een ongeval op mijn spoor. Auto op een overweg, op mijn parcours ten behoeve van mijn vertraging.
Vervolgens hoor je dan driehonderd keer dat er van ‘hier naar daar’ bussen rijden. Je kunt het niet omzeilen, geen tijd om vingers in je oren te stoppen want daar is de boodschap weer.
‘Ik word gxe9k van het openbaar vervoer, hebt u dat nou ook?’
De man had dat niet zo. Hij had ook een bordje met ‘hoofdconducteur’op zijn revers gespeld, daar zal het mee te maken gehad hebben. Geduldig legde hij uit hoe dat dan ging met die ingezette bussen. Dat dan allerlei gepensioneerden werden opgetrommeld om bussen te rijden. Als er tenminste bussen beschikbaar waren. En als alle gepensioneerden toevallig in Spanje zouden zitten waren er ook nog wel schoonmakers met een bus-rijbewijs.
Exe9n en ander stelde mij zo slecht gerust dat ik het niet kon laten op te merken dat ‘het toch ook wel altijd wat was hxe9, met die NS hxe9!.’

De hoofdconducteur keek me streng aan en zei: ‘Ja maar wxedj hebben die auto niet op die overweg gezet…’

Tsja. Daar ga je dan met je ongekanaliseerde woede.
Niet voor xe9xe9n gat te vangen richtte mijn boosheid zich per omgaande op de persoon die zijn auto op een overweg geparkeerd had.
Wxe1t een loser!
Kijk, en daar was hij waarschijnlijk zelf ook achter gekomen en toen vond ik het al met al ook wel weer een zielig verhaal.

Eind goed, al goed.